Praktijkonderwijs

Dit type onderwijs is het meest logisch voor kinderen die het vmbo net iets te moeilijk zullen vinden. Het praktijkonderwijs duurt 6 jaar en richt zich op de individuele leerling en maakt voor elke leerling een ontwikkelingsplan. Hierin staat wat de leerling gaat doen om zich voor te bereiden op zijn eigen toekomst. Hoewel leerlingen les krijgen in de algemene vakken Nederlands, Engels, rekenen/wiskunde en cultuur en maatschappij krijgen zij geen les volgens een vast programma. Ook krijgen zij technische vakken (houtbewerking, groenvoorziening) en zij leren hier ook praktische vaardigheden zoals het leren omgaan en het invullen van formulieren, uiterlijke verzorging en het omgaan met mensen. Het programma wordt aangepast aan de leerling. Om naar het praktijkonderwijs te gaan heeft het kind een indicatie nodig van een Regionale Verwijzingscommissie. De nieuwe school regelt dit voor uw kind.

Naast de algemene vakken krijgen de leerlingen ook vakken die gericht zijn op het beroep dat zij later kunnen beoefenen. Deze vakken verschillen per school. In overleg met de gemeente kiest een school waarin zij les gaan geven. Dit kunnen bijvoorbeeld vakken zijn voor de horeca, de bouw en het grootwinkelbedrijf. Het is als ouder dus belangrijk om naar deze vakken te kijken die er op de middelbare school gegeven worden. Het leren van deze vakken gebeurt vaak door middel van stages bij bedrijven en organisaties.